Spring naar hoofdinhoud
Aankondiging:

Klaar voor je volgende stap? Meld je aan voor september!

Ontdek nu!

Toelichting op de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake EuroCollege

Vragen EuroCollege rechtszaak

Context en aanleiding

In recente online berichtgeving is de suggestie gewekt dat EuroCollege “niet levert wat zij verkoopt”. In dit verband is het belangrijk om aandacht te besteden aan de EuroCollege uitspraak Gerechtshof Den Haag 2025. Deze kwalificatie vraagt om een zorgvuldige, feitelijke en juridisch correcte toelichting.

Hieronder volgt een objectieve uiteenzetting van:

  • de oorspronkelijke procedure,
  • het oordeel van de rechtbank,
  • het oordeel van het gerechtshof,
  • en de betekenis van de uitspraak voor studenten, diploma’s en onderwijskwaliteit.

1. Waar ging de procedure over?

De procedure betrof 11 voormalige, hoofdzakelijk hospitality studenten van de Amsterdamse vestiging van EuroCollege (instroomjaren 2018 en 2019).

Zij beëindigden hun opleiding in het roerige coronajaar van 2020 en startten een civiele procedure tegen EuroCollege.
Hun vorderingen betroffen onder meer:

  • de stelling dat het onderwijs niet zou zijn geleverd zoals beloofd;
  • het verzoek tot terugbetaling van collegegeld;
  • bezwaren tegen de annuleringsregeling;
  • en bezwaren tegen bepaalde formuleringen in de communicatie voorafgaand aan inschrijving.

2. Uitspraak Rechtbank Rotterdam (2022)

De Rechtbank Rotterdam (2022) wees de vorderingen van de studenten grotendeels af.

De rechtbank oordeelde dat:

  • onvoldoende was aangetoond dat de onderwijsovereenkomsten ongeldig waren;
  • niet was bewezen dat sprake was van zodanige tekortkomingen dat volledige terugbetaling van collegegeld gerechtvaardigd was;
  • geen sprake was van een situatie waarin het onderwijs als ondeugdelijk kon worden aangemerkt.

Wel oordeelde de rechtbank dat de annuleringsregeling in de destijds gehanteerde vorm niet in stand kon blijven onder het geldende consumentenrecht.

Dit onderdeel betrof een juridisch-technische beoordeling van algemene voorwaarden, niet van de onderwijskwaliteit.

3. Uitspraak Gerechtshof Den Haag (2025)

In hoger beroep schoof de focus meer naar het inschrijfformulier uit 2018. Het Gerechtshof Den Haag heeft de zaak opnieuw beoordeeld, met nadruk op het consumentenrecht.

Wat oordeelde het hof?

Het hof oordeelde in 2025 dat bepaalde formuleringen in de communicatie voorafgaand aan inschrijving (periode 2018–2019) niet volledig voldeden aan de transparantie-eisen van het consumentenrecht.

De kernpunten betroffen:

  • de wijze waarop prestaties en accreditatie werden gepresenteerd;
  • het gebruik van absolute kwalificaties;
  • de mate waarin bepaalde formele informatie expliciet was vastgelegd.

School met hoogste slagingspercentage

EuroCollege stelde dat de school het hoogste slagingspercentage heeft van alle hogescholen. Uit gegevens van het ministerie blijkt dat in 2018 slechts 48% van de studenten in 5 jaar op een hogeschool slaagt. EuroCollege behaalt in 3 jaar een percentage dat ver daarboven uitsteekt. Dat mochten wij niet beweren in een door ons zelf gemaakte gouden medaille. Tevens ontstond volgens de rechter een ongewenste koppeling doordat die medaille op dezelfde pagina stond als het logo van de accrediterende instantie.

Wat oordeelde het hof nadrukkelijk niet?

Het hof heeft:

  • geen inhoudelijk oordeel gegeven dat het onderwijs ondeugdelijk was;
  • niet vastgesteld dat het onderwijs niet is geleverd;
  • geen uitspraak gedaan dat diploma’s ongeldig zouden zijn;
  • geen schadevergoeding toegekend wegens gebrekkige onderwijskwaliteit;
  • geen oordeel gegeven over accreditatiestatus of NVAO-kwaliteit.

De uitspraak ziet uitsluitend op precontractuele informatievoorziening in een specifieke periode (2018–2019).

4. Rol van het inschrijfformulier

In de procedure speelde het destijds gebruikte inschrijfformulier een rol.

Het hof oordeelde dat de informatievoorziening – in samenhang met gebruikte formuleringen – juridisch duidelijker had moeten zijn in het licht van het consumentenrecht.

Sinds 2019 zijn:

  • inschrijfformulieren,
  • algemene voorwaarden,
  • communicatieteksten,
  • en informatievoorziening

aangescherpt en juridisch getoetst om volledige transparantie te waarborgen.

5. Wat betekent deze uitspraak concreet?

De uitspraak betekent:

✔️ dat bepaalde communicatie uit 2018–2019 juridisch niet volledig transparant was
❌ niet dat het onderwijs niet is geleverd
❌ niet dat diploma’s ongeldig zijn
❌ niet dat de opleidingen inhoudelijk ondeugdelijk waren
❌ niet dat accreditatie in het geding is

Het betreft een consumentenrechtelijke beoordeling van informatievoorziening in een specifieke historische periode.

6. Accreditatie en onderwijskwaliteit

EuroCollege-opleidingen vallen binnen het Nederlandse accreditatiestelsel hoger onderwijs.

Volgens de NVAO Uitvoeringsregels Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs Nederland 2024 geldt dat opleidingen moeten voldoen aan vastgestelde kwaliteitsstandaarden en basiskwaliteit.

De hofuitspraak had geen betrekking op:

  • accreditatiebesluiten,
  • NVAO-oordelen,
  • kwaliteitsstandaarden,
  • of Dublin Descriptoren.

Er is geen accreditatie ingetrokken en er is geen oordeel uitgesproken over het gerealiseerde niveau van afgestudeerden.

7. Conclusie

De kwalificatie dat EuroCollege “niet levert wat zij verkoopt” vindt geen grond in de uitspraak van het gerechtshof.

De kern van de uitspraak betreft:

  • consumentenrechtelijke transparantie-eisen,
  • formuleringen in communicatie voorafgaand aan inschrijving,
  • en de juridische toetsing daarvan.

EuroCollege respecteert rechterlijke uitspraken en heeft de communicatie sinds 2019 aangepast en juridisch aangescherpt.

Samenvattend

De uitspraak van het Gerechtshof Den Haag:

  • is geen oordeel over onderwijskwaliteit,
  • is geen oordeel over accreditatie,
  • is geen oordeel over diploma’s,
  • betreft uitsluitend informatievoorziening voorafgaand aan contractsluiting.

Feitelijke duiding is essentieel om misverstanden te voorkomen.