Spring naar hoofdinhoud
Aankondiging:

Klaar voor je volgende stap? Meld je aan voor september!

Ontdek nu!

EuroCollege, NVAO en online nieuws: dit zegt de uitspraak van het Gerechtshof (9 december 2025)

Vragen EuroCollege rechtszaak

Zoek je informatie over EuroCollege, NVAO en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 december 2025?

Op deze pagina leggen we in begrijpelijke taal uit:

  • waar de zaak precies over ging
  • wat het hof daadwerkelijk heeft vastgesteld
  • wat níet is vastgesteld
  • en wat dit betekent voor studenten en ouders

Waar ging deze zaak over?

De procedure ging niet over “EuroCollege in het algemeen”, maar over een specifieke situatie:

  • één locatie: hotel- en evenementopleiding in Amsterdam
  • twee cohorten (studiejaren): 2018 en 2019
  • een beperkte groep: 11 studenten
  • voornamelijk studenten Hotelmanagement / Hospitality
  • enkele studenten Eventmanagement

Deze studenten stapten in 2020 over naar een andere, net opgerichte particuliere onderwijsinstelling en startten vervolgens een juridische procedure tegen EuroCollege.

Wat heeft de rechter gezegd over het onderwijs zelf?

Dit is een cruciaal punt.

In de uitspraak staat niet dat EuroCollege geen onderwijs leverde of dat het onderwijs ondeugdelijk was.

Het gerechtshof oordeelde dat:

  • studievertraging-schade niet is vastgesteld
  • studenten onvoldoende concreet hebben onderbouwd dat begeleiding en onderwijs niet voldeden
  • EuroCollege gemotiveerd heeft onderbouwd hoe onderwijs, roosters, begeleiding en docentkwaliteit waren ingericht

Daarnaast verwijst het hof naar NVAO-rapporten waarin positief wordt gesproken over:

  • kleinschaligheid
  • begeleiding
  • studievoortgang
  • docentkwaliteit

Wat heeft het Gerechtshof wel geoordeeld?

Het hof heeft geoordeeld dat in oude communicatie-uitingen (2018–2019) te stellig is gecommuniceerd over bepaalde punten.

1. Verwijzingen naar “hoogste slagingspercentage”

Het hof vond dat sommige teksten en logo-combinaties de indruk konden wekken dat externe instanties (zoals NVAO of NRTO) EuroCollege zouden hebben “bekroond” als school met hoogste slagingspercentage.

2. De formulering dat NVAO slagingspercentages “had vastgesteld”

Het hof oordeelde dat deze formulering niet juist was.

3. Formele informatieverplichtingen

Volgens het hof had bepaalde informatie in de precontractuele fase destijds duidelijker schriftelijk moeten worden vastgelegd, zoals:

  • identiteit van de juiste vestiging/rechtspersoon ( bijv. het adres) van de locatie).
  • klachtenprocedure ( het vermelden op de website was onvoldoende)
  • voorwaarden rond annulering en verlenging

Ging deze zaak over accreditatie?

Nee.

Het hof stelt expliciet dat tussen partijen niet in geschil is dat EuroCollege geaccrediteerd is door NVAO of lid is van de branche organisatie NRTO.

Ook stelt het hof dat het gebruik van accreditatielogo’s om aan te duiden dat EuroCollege geaccrediteerd is, toegestaan is.

Hoe zit het met het slagingspercentage?

Ook hier is nuance belangrijk.

Het hof oordeelt dat de formulering “NVAO heeft dit vastgesteld” niet correct was.

Maar het hof stelt óók dat:

  • EuroCollege het afstudeerrendement heeft onderbouwd
  • het werkelijke slagingspercentage het genoemde resultaat benadert (bijna 80%)
  • het percentage niet zo afwijkt dat dit punt op zichzelf als misleidend kan worden aangemerkt

De kritiek van het hof richtte zich vooral op:

  • de koppeling aan NVAO
  • de vergelijking met “de hoogste van Nederland” zonder onderliggende cijfers van andere instellingen. Terwijl toch het ministerie zelf de lage slagingspercentages van andere hogescholen heeft gepubliceerd.

Wat was de uitkomst van de uitspraak?

De uitkomst is juridisch-technisch en voor veel lezers lastig te plaatsen.

De 11 studenten kregen in hoger beroep per persoon ongeveer € 5.000 terug.

Dat bedrag is vrijwel gelijk aan het bedrag waarvoor zij in eerste aanleg juist waren veroordeeld om aan EuroCollege te betalen.

Het effect van het hoger beroep was dus vooral dit: de financiële uitkomst is feitelijk omgedraaid.

Belangrijk:

Dit gebeurde niet omdat het hof oordeelde dat het onderwijs niet geleverd was.

Integendeel:

  • de kernklacht over wanprestatie is afgewezen
  • de klacht over gebrekkig onderwijs is afgewezen
  • studievertraging is niet vastgesteld

De omkering ontstond vooral door accent verschuiving tijdens het hoger beroep door de tegenpartij. Die vroeg een consumentenrechtelijke toets op formele informatieverplichtingen volgens Europees recht.

Een opvallend onderdeel was dat studenten konden stellen dat zij vooraf niet voldoende duidelijk waren geïnformeerd over identificatie- en contactgegevens van de juiste onderwijsentiteit.

Omdat het inschrijfformulier in de procedure niet meer volledig kon worden overgelegd, kon niet worden aangetoond wat destijds exact schriftelijk was verstrekt.

Onder het Europese consumentenrecht leidt dit type bewijs-onzekerheid tot een sanctie voor de dienstverlener.

Daarom draaide de uiteindelijke uitkomst niet om de onderwijspraktijk zelf, maar om formele bewijs- en informatievereisten.

Waarom verschijnen er online zulke zware koppen?

Online nieuws werkt met korte, scherpe titels.

Dat trekt aandacht, maar kan een vertekend beeld geven.

Woorden zoals:

  • “misleiding”
  • “valse NVAO-claim”
  • “peperduur”
  • “onverwachte kosten”

kunnen bij lezers de indruk wekken dat:

  • EuroCollege geen accreditatie had
  • het onderwijs niet werd geleverd
  • studenten grote schade hebben geleden

Dat is niet wat het hof feitelijk heeft vastgesteld.

Wat heeft EuroCollege inmiddels gedaan?

De communicatie-uitingen waarover deze zaak ging dateren uit 2018–2019.

EuroCollege heeft deze formuleringen en documenten al jaren geleden aangepast.

De betreffende Amsterdamse hotel- en evenementopleiding is inmiddels niet meer actief en feitelijk opgehouden te bestaan. Haar opvolger is inde Keuzegids uitgeroepen tot de beste van Amsterdam.

Samenvatting

De uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 december 2025:

  • gaat over een beperkte groep studenten
  • bevestigt niet dat onderwijs ondeugdelijk was
  • bevestigt niet dat accreditatie ontbrak
  • gaat hoofdzakelijk over formele informatieverplichtingen en oude marketingformuleringen

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen juridische terminologie en feitelijke onderwijskwaliteit.