Ik wilde een school waar ik ook mijn kinderen naartoe zou sturen, directeur, Edu van de Walle
Edu van de Walle, directeur-eigenaar van EuroCollege, groeide op op het studie-internaat van zijn vader. Hij ontwikkelde het huidige EuroCollege-concept vanuit de overtuiging dat jongeren veel meer kunnen dan zij zelf vermoeden. Daarbij verlangt hij inzet, van studenten én van hun docenten. ‘Als ik een hoge eis stel, moet ik ook bereid zijn tijd en aandacht te geven om die student daar te krijgen.’
U zegt dat u een school wilde waar u uw eigen kinderen naartoe zou sturen. Wat miste u?
“Een omgeving waarin ambitie vanzelfsprekend was. Waar volwassenen zich werkelijk verantwoordelijk voelden voor de ontwikkeling van een kind en daar ook naar handelden. Ik wilde mijn kinderen een school gunnen waar ze leerden volhouden, waar ze mensen tegenkwamen die iets van hun leven wilden maken. Die opvoeding kregen ze thuis ook, maar een kind brengt een groot deel van zijn jeugd op school door. Wat daar normaal wordt gevonden, doet ertoe.
EuroCollege bestond al toen ik het in 1998 overnam. Ik heb er vervolgens het onderwijsconcept opgebouwd waarin ik zelf geloofde. Daar zat dus ook een heel persoonlijke drijfveer achter.”

Waar komt uw belangstelling voor opvoeding vandaan?
“Ik ben opgegroeid op Dalsteyn, het studie-internaat van mijn vader. Daardoor zag ik als kind al hoeveel invloed volwassenen op jongeren kunnen hebben. Een vaste dagindeling, aandacht voor schoolwerk, iemand die je aanspreekt als je iets laat liggen. Dat hoorde bij het dagelijks leven.
Later studeerde ik internationale betrekkingen en moderne geschiedenis in Utrecht. Bij Luzac werkte ik als docent en uiteindelijk als rector. Daar kreeg die vroege belangstelling een vakmatige kant. Hoe help je iemand die is vastgelopen? Hoe krijg je een leerling weer aan het werk? Je merkt dan hoe belangrijk het is dat je hem kent. Je moet weten wanneer iemand hulp nodig heeft en wanneer je juist even moet doorpakken.”

U legt veel nadruk op de cultuur van een school. Wat bedoelt u daar precies mee?
“Wat een student hier iedere dag om zich heen ziet. Komen mensen hun afspraken na? Bereiden docenten hun lessen goed voor? Vinden medestudenten het normaal om ergens moeite voor te doen? Een nieuwe student neemt dat waar en past zich eraan aan.
Je kunt tijdens een introductie een prachtig verhaal over verantwoordelijkheid houden. Als daarna afspraken vrijblijvend blijken, heeft zo’n verhaal weinig betekenis. Studenten hebben dat snel door. Daarom moet je als directeur voortdurend opletten wat er in de praktijk gebeurt. Een cultuur kan langzaam verwateren, doordat je telkens iets laat passeren.”
Dan stelt u dus ook hoge eisen aan de volwassenen?
“Vanzelfsprekend. Ik kan moeilijk van een student verlangen dat hij zijn werk serieus neemt als wij dat zelf niet zichtbaar doen. Een docent moet iets te vertellen hebben, belangstelling wekken, doorvragen. Wanneer een les uit tien minuten instructie bestaat en leerlingen daarna grotendeels zelf hun huiswerk moeten maken, vraag ik me af wat die docent toevoegt.
En als een docent uitvalt, moet de school vervanging regelen. Dat is onze verantwoordelijkheid. Je kunt jongeren geen discipline bijbrengen in een organisatie die haar eigen afspraken niet nakomt.”
Waar begint u bij een student die binnenkomt?
“Bij wat hij denkt te kunnen. Sommige jongeren hebben hun eigen mogelijkheden al behoorlijk ingeperkt. Ze zijn gaan geloven dat een zes ongeveer het hoogst haalbare is, of dat ze nu eenmaal slecht zijn in een bepaald vak. Dan wil ik eerst weten waarop dat oordeel berust.
Ik zeg: je kunt dit, laten we voor die negen gaan. Vervolgens moet je wel laten zien wat daarvoor nodig is. Hoe bereid je je voor? Wat begrijp je nog niet? Wie kan je daarbij helpen? Alleen roepen dat iemand in zichzelf moet geloven, is te gemakkelijk. Hij moet merken dat een andere aanpak resultaat oplevert. Daar groeit zelfvertrouwen van.”

Tony Robbins zegt dat succes voor 80 procent psychologie is en voor 20 procent techniek. Onderschrijft u dat?
“De gedachte erachter herken ik sterk. Ik zou die percentages niet als een wetenschappelijke rekensom gebruiken. Maar ik zie hoeveel afhangt van de manier waarop iemand denkt. Je kunt veel weten en toch voortdurend uitstellen, afhaken bij kritiek of bij de eerste tegenvaller concluderen dat het niets wordt. Dan gebruik je je kennis nauwelijks.
Daarom werken wij vanaf het begin aan die houding, terwijl studenten hun vak leren. Bij een project zie je onmiddellijk hoe die twee samenhangen.”
U wilt dat studenten zich verdiepen in de denkwereld van succesvolle mensen. Wat moeten ze daar zoeken?
“Hoe iemand tot zijn beslissingen kwam. Wat deed hij toen een plan mislukte? Hoe ging hij om met twijfel, met afwijzing? Lees daar eens een boek over, in plaats van alleen een kort filmpje te bekijken waarin je het eindresultaat ziet.
In zulke levensverhalen kom je geregeld dezelfde gewoonten tegen. Mensen hebben een doel voor ogen en blijven zoeken naar een mogelijkheid om verder te komen. Ze kunnen een teleurstelling verdragen. Dat is het soort positiviteit dat ik bedoel: je ziet het probleem heus wel, maar je gaat ervan uit dat je iets kunt ondernemen. Ik wil dat studenten zich die manier van kijken eigen maken.”

Er zijn ook mensen die hard werken, positief blijven en toch mislukken.
“Zeker. Succes is geen beloning die automatisch volgt als je de juiste gedachten hebt. Omstandigheden, kansen en pech spelen ook mee. Juist daarom moet je levensverhalen kritisch lezen. Wat lag aan iemands aanpak, wat had met zijn uitgangspositie te maken? Je kunt veel van iemand leren zonder te geloven dat zijn loopbaan een recept is dat iedereen kan herhalen.”
Wat moet een student bij u leren over een onvoldoende?
“Dat hij moet uitzoeken wat er is misgegaan. Heeft hij te weinig gedaan, de stof niet begrepen, verkeerd geleerd? Dat zijn verschillende problemen die om een verschillende oplossing vragen.
Wat me dwarszit, is hoe ingrijpend de gevolgen op jonge leeftijd kunnen zijn. Een paar onvoldoendes, een jaar overdoen, misschien naar een ander schooltype. Daar kunnen redenen voor zijn, maar zo’n beslissing kan ook bepalen wat een zestienjarige van zichzelf gaat geloven. Ik wil voorkomen dat hij zichzelf vervolgens als iemand met beperkte mogelijkheden beschouwt.
Een ondernemer die een fout maakt, moet die meestal snel herstellen. Die krijgt geen jaar om hetzelfde nog eens rustig over te doen. Dat vermogen om een probleem aan te pakken, wil ik studenten bijbrengen. Een onvoldoende betekent dus wel degelijk werk aan de winkel.”
Wanneer ligt de lat te hoog?
“Dat moet je per student beoordelen. Daarom hecht ik zo aan kleinschaligheid. Je moet iemand voldoende kennen om te kunnen zien wat je van hem kunt vragen. De ene student heeft meer uitleg nodig, een ander moet zijn planning eindelijk serieus nemen. Daar kun je niet met één standaardreactie op antwoorden.
Mijn uitgangspunt is dat we samen zoeken naar wat iemand maximaal kan bereiken. Dat vraagt ook iets van ons. Als ik een hoge eis stel, moet ik bereid zijn tijd en aandacht te geven om die student daar te krijgen.”
En dan zegt u ook: deadline is deadline, no pain no gain. Wat voegen die uitspraken toe?
“Ze maken de verwachtingen duidelijk. Bij een project voor een echte opdrachtgever kun je niet op het laatste moment zeggen dat je er even geen zin in had. Anderen rekenen op je. Studenten moeten ervaren wat dat betekent.
Met no pain no gain bedoel ik dat leren soms moeite kost. Je moet iets opnieuw doen, kritiek verwerken, oefenen terwijl het nog niet lukt. Dat ongemak hoort erbij. Je helpt een student niet door iedere keer dat het lastig wordt de opdracht eenvoudiger te maken.”

Weekends are for the weak gaat nog een stap verder. Mogen studenten ook gewoon vrij zijn?
“Natuurlijk. Maar wie een groot project aanneemt, kan niet bij voorbaat zeggen dat vrijdagmiddag alles ophoudt. Er zijn perioden waarin je ook ’s avonds of in het weekend aan het werk moet. Dat weten ondernemers, en dat moeten onze studenten ook leren.
Die uitspraak prikkelt. Ze is bedoeld voor de student die wel een bijzondere toekomst voor zich ziet, maar nog niet heeft bedacht wat hij daarvoor wil doen. Vervolgens moet je ook leren plannen. Een project dat alleen lukt doordat iedereen voortdurend nachten doorwerkt, is niet goed georganiseerd.”
U gebruikt zelfs de uitspraak: ziek zijn is een keuze. Iemand die werkelijk ziek is, heeft die keuze toch niet?
“Dat klopt. Als medische uitspraak deugt die zin niet. Wie werkelijk ziek is, heeft zorg nodig en moet kunnen herstellen. Waar ik studenten op wil aanspreken, is de neiging om bij ieder ongemak thuis te blijven of een verantwoordelijkheid weg te schuiven.
Maar je moet als begeleider wel weten wat er speelt. Anders maak je geen onderscheid meer tussen iemand die ergens onderuit probeert te komen en iemand die echt niet kan. Die verantwoordelijkheid kun je niet met een stevige uitspraak afdoen. Daarom horen onze aanmoedigingen en onze eisen bij elkaar. Een student moet ook ervaren dat wij naast hem staan als het moeilijk wordt.”
U vindt dat het Nederlandse onderwijs de afgelopen veertig jaar is ontspoord. Scheert u daarmee niet erg veel scholen over één kam?
“Er zijn goede scholen en uitstekende docenten. Mijn kritiek gaat over wat we op te veel plaatsen normaal zijn gaan vinden: lessen die uitvallen, weinig begeleiding, studenten die nauwelijks worden aangesproken op wat ze laten liggen. Daar erger ik me aan. Een jongere heeft maar één keer die vormende jaren.
Onderwijs moet iemand ook iets laten ontdekken waarvan hij nog niet wist dat het hem interesseerde. Dat vraagt een docent met kennis en overtuiging. Ik wil dat een student na een les iets heeft om over na te denken, en er thuis misschien nog eens een boek over openslaat. Die invloed kan een docent hebben.”
U pleit al sinds 2003 voor een Laptopvrije school, veel lezen, denken en doen. Daar is altijd lacherig over over gedaan. Inmiddels lijkt het erop dat de “staatsscholen” het meeste wat u al decennia geleden heeft ingevoerd en behouden ook zijn gaan omarmen.
Klopt. Wij waren in 2003 de eerste school die mobile, laptop uit de klas hebben geweerd. Het lezen hebben uitgebreid. En de lat hoog hebben gelegd. Tevens leggen wij discipline op en zoals eerder aangegeven ontwikkelen we de mindset met de focus op succes. No Pain, No Gain. Sinds bijv. 2003 is het niveau van het reguliere onderwijs steeds meer achteruit gegaan en dat van ons ongewijzigd hoog. We hebben de lat niet verlaagd. Wel is onze coaching intensiever en gerichter geworden om de studenten op niveau te brengen. Ik kan me nog levendig een optreden herinneren uit 2013. Een discussie over onderwijs met mensen die overal verstand van hadden, maar niet van onderwijs. ( zie Pauw & Witteman TV)
U praat over uw werk bijna als over ouderschap. Hoe ver gaat die verantwoordelijkheid?
“Ouders vertrouwen ons hun kind toe. Daarmee nemen we voor een belangrijk deel van de dag verantwoordelijkheid over voor zijn opleiding en ontwikkeling. Dat vind ik nogal wat. Je krijgt invloed op de toekomst van iemand die zelf nog lang niet alles kan overzien.
Veel ouders hopen dat hun kinderen het beter krijgen dan zijzelf. Ze willen dat hun kind zelfstandig wordt en zijn weg vindt. Je moet je als school realiseren welk vertrouwen daarachter zit. Voor mij betekent dat dat je je met een student blijft bezighouden, ook als hij lastig is of een periode weinig laat zien.”

Wat geeft u na al die jaren de meeste voldoening?
“Dat je iemand ziet veranderen. Een student die eerst weinig durfde, voert later zelf het gesprek met een opdrachtgever. Iemand die zijn werk liet liggen, blijkt een groep op sleeptouw te kunnen nemen. Je weet wat hem dat heeft gekost, omdat je hem onderweg hebt meegemaakt.
Bij een diploma-uitreiking zie je daardoor veel meer dan iemand die een papier krijgt. Je denkt terug aan hoe hij binnenkwam en wat er sindsdien is gebeurd. Daar ben ik trots op. En ik voel ook voldoening: we hebben die jonge mensen iets kunnen meegeven waar ze verder mee kunnen. Als je dat samen met je team voor elkaar krijgt, is het moeilijk om mooier werk te bedenken.”
Onderbouwing bij het interview
Onderzoek ondersteunt het belang van zelfbeheersing en wijst op de rol van de schoolomgeving. Het geeft geen basis voor een vaste verhouding van 80 procent mindset en 20 procent vaardigheden. Zelfbeheersing, overtuigingen over leerbaarheid en een brede schoolcultuur zijn bovendien verschillende begrippen.
Tony Robbins over de verhouding 80 procent psychologie en 20 procent strategie
Robbins gebruikt deze verhouding op zijn eigen website. De geraadpleegde pagina geeft geen wetenschappelijke onderbouwing voor een universele verdeling van succes in deze percentages. In het interview staat deze daarom als zijn uitspraak en als herkenbare gedachte, niet als vastgesteld onderzoeksresultaat.
https://www.tonyrobbins.com/blog/reframe-your-psychology-to-reach-your-leadership-potential
Zelfbeheersing en latere levensuitkomsten
Moffitt en collega’s volgden 1.037 mensen vanaf hun geboorte. Zelfbeheersing in de kindertijd voorspelde onder meer latere financiële uitkomsten, ook na correctie voor intelligentie en sociaal milieu. Dit observationele onderzoek laat een verband zien; het bewijst niet dat mindsettraining deze uitkomsten veroorzaakt. PNAS, 2011, doi 10.1073/pnas.1010076108.
https://doi.org/10.1073/pnas.1010076108
Groeimindset en de omgeving op school
Yeager en collega’s onderzochten 12.490 leerlingen op 65 Amerikaanse scholen. Een korte groeimindsetinterventie verbeterde gemiddeld bescheiden de cijfers van lager presterende leerlingen. De effecten hingen mede samen met normen onder medeleerlingen die het aangaan van uitdagingen ondersteunden. Dit is relevant voor het belang dat Van de Walle aan schoolcultuur hecht, maar vormt geen toets van het EuroCollege-concept. Nature, 2019, doi 10.1038/s41586-019-1466-y. https://doi.org/10.1038/s41586-019-1466-y
Grenzen aan het bewijs voor groeimindsetinterventies
Macnamara en Burgoyne analyseerden 63 studies met in totaal 97.672 deelnemers. Het gemiddelde effect op schoolprestaties was klein en niet significant na correctie voor mogelijke publicatiebias. Ook in de selectie met de hoogste onderzoekskwaliteit vonden zij geen significant effect. Dat pleit tegen grote algemene beloften over de opbrengst van mindsetinterventies. Psychological Bulletin, 2023, doi 10.1037/bul0000352. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36326645
Biografische gegevens en de overname in 1998
De bestaande interviews op de EuroCollege-website beschrijven Dalsteyn, de studie in Utrecht, het werk bij Luzac en de overname van EuroCollege in 1998. Daarom wordt Van de Walle hier directeur-eigenaar en grondlegger van het huidige onderwijsconcept genoemd.